Een inclusiebeleid? Check. Een training over onbewuste vooroordelen? Check. De vacatureteksten zijn aangepast, er is een medewerkersnetwerk en HR heeft cijfers over wie binnenkomt en wie vertrekt. Aan inzet ontbreekt het niet. Toch blijft bij de volgende promotieronde een bekende vraag overeind: wie heeft hier 'potentieel'?
Er valt een naam. Iemand heeft zich laten zien, kent de juiste mensen en wordt al een tijdje meegenomen in gesprekken over de toekomst van de organisatie. Over een andere medewerker wordt gezegd dat ze nog wat meer zichtbaarheid nodig heeft. Niemand vraagt wie haar de afgelopen jaren de zichtbare projecten gaf.
Ik noem dit in mijn boek de boodschappenlijst van inclusie. Organisaties verzamelen dingen die op zichzelf zinvol zijn. Een training kan mensen iets laten herkennen. Duidelijkere vacatureteksten kunnen drempels wegnemen. Cijfers kunnen laten zien waar mensen uitvallen. Je kunt de hele lijst afwerken en er oprecht veel tijd en geld aan besteden. Maar een boodschappenlijst is nog geen maaltijd.
De vraag is wat die acties veranderen op het moment dat er iemand gekozen wordt. Neem die promotie. Heeft de training invloed op wat de commissie onder 'potentieel' verstaat? Maken de cijfers zichtbaar wie al jaren kansen krijgt om zich te bewijzen? Is iemand verantwoordelijk voor het stellen van die vragen, ook wanneer de commissie haast heeft en haar keuze eigenlijk al lijkt te kennen?
Fragment uit Inclusie werkt (niet) — Dr. Sana Sellami